vrijdag 15 januari 2010

De hulptroepen

Iedereen is in paraatheid gebracht. De reddingsvliegtuigen zijn geland op het vliegveld. Het is een komen en gaan van goederen. De in nood verkerende mensen hebben nog niets ontvangen en zijn boos. Ze hebben honger en dorst en het stinkt naar lijken. Het is begrijpelijk, maar ook raar. Iedereen doet wat hij kan doen. De hulp komt snel op gang, maar ter plaatse lijkt het allemaal anders. En dan moet er ook nog eens worden opgepast dat het geen chaos wordt. Dat er geen gevechten uitbreken tussen de wanhopige mensen. Maar dat kan toch allemaal gesmeerder geregeld worden? MijnAutoFocus vindt dat de hulpverlening en coördinatie volledig bij bijvoorbeeld de NAVO moet liggen. Binnen 24 uur is er een peloton van een paar duizend militairen aanwezig. Een groep gaat het rampgebied in en pikt elk levend mens op wat ze tegenkomen. Die krijgen een armband om zoals bij een all-inclusief vakantie. De mensen worden naar het tentenkamp gereden en krijgen daar hun natje en hun droogje. Maar alleen bij de tent met de kleur van de armband. Dit om te voorkomen dat er gevochten wordt om eten en drinken. Een andere groep gaat lijken ruimen. Een andere groep gaat overlevenden zoeken onder het puin en weer een andere groep gaat andere nuttige dingen doen. Dit zijn de eerste vijf dagen na de ramp. En daarna mogen alle hulporganisaties aan de gang die willen. Nu hebben jij en ik thuis een noodpakket, maar elk continent moet een noodpakket hebben om vijf dagen lang vijf miljoen mensen te voorzien van hun natje en hun droogje. Want zeg nou eerlijk, een natuurramp is toch geen sporadisch verschijnsel meer?

Geen opmerkingen:


Free Web Counter