Nog niet zo lang geleden was ik in België verzeild geraakt. Ik moet zeggen, een aardig volkje. Heel vriendelijk, maar wel een beetje gereserveerd. Vergeleken met de Nederlanders, zijn het toch een iets proper volkje. Een volkje dat de kat eerst uit de boom kijkt. Enfin, een aangenaam verblijf. Ik was er met oud- en nieuw. Wat mij opviel was dat de eerste vuurwerkknallen pas rond de klok van 00.00 uur plaatsvonden. Dus niet al dagen van tevoren knallen. En dat voor een land, waar de Hollander zijn vuurwerk het liefst haalt. Dat had ik nu nooit gedacht. Oudejaarsnacht liep de hele stad uit naar een groot plein in het centrum. Het was er mutje vol. Er speelde een band en her en der werden glühwein en bruut verkocht. En om 00.00 uur geen uitspattingen van vreugde en geluk. Alleen het samenzijn op het plein leek de ultieme vreugde voldoende te bevredigen. Waar geschreeuw en rumoer was, daar waren de Hollanders. En de Belgen keken schaapachtig naar het tafereel. Een wandeling door de stad, zonder een rotje naar je voeten geworpen te krijgen, was een nieuw fenomeen voor mij. En daar kon ik goed van genieten. In het hotel nog een glaasje rode wijn genuttigd en de korte nacht eindigde dus iets te snel, om vervolgens met de trein huiswaarts te keren. Ik denk dat België mijn land is. Het land van de bonbon, de biertjes en de frieten. Het land van oprechte bescheidenheid. Dat mag ik toch wel.
dinsdag 4 januari 2011
België
Nog niet zo lang geleden was ik in België verzeild geraakt. Ik moet zeggen, een aardig volkje. Heel vriendelijk, maar wel een beetje gereserveerd. Vergeleken met de Nederlanders, zijn het toch een iets proper volkje. Een volkje dat de kat eerst uit de boom kijkt. Enfin, een aangenaam verblijf. Ik was er met oud- en nieuw. Wat mij opviel was dat de eerste vuurwerkknallen pas rond de klok van 00.00 uur plaatsvonden. Dus niet al dagen van tevoren knallen. En dat voor een land, waar de Hollander zijn vuurwerk het liefst haalt. Dat had ik nu nooit gedacht. Oudejaarsnacht liep de hele stad uit naar een groot plein in het centrum. Het was er mutje vol. Er speelde een band en her en der werden glühwein en bruut verkocht. En om 00.00 uur geen uitspattingen van vreugde en geluk. Alleen het samenzijn op het plein leek de ultieme vreugde voldoende te bevredigen. Waar geschreeuw en rumoer was, daar waren de Hollanders. En de Belgen keken schaapachtig naar het tafereel. Een wandeling door de stad, zonder een rotje naar je voeten geworpen te krijgen, was een nieuw fenomeen voor mij. En daar kon ik goed van genieten. In het hotel nog een glaasje rode wijn genuttigd en de korte nacht eindigde dus iets te snel, om vervolgens met de trein huiswaarts te keren. Ik denk dat België mijn land is. Het land van de bonbon, de biertjes en de frieten. Het land van oprechte bescheidenheid. Dat mag ik toch wel.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten